Ik wil dit leven niet. Alles en iedereen is des doods. Stil. Mat en platgeslagen. Als ik Corona krijg, hoef ik echt niet naar het ziekenhuis. Dan laat mij maar. Geef mij eventueel een morfineshot tegen de pijn en laat mij alstublieft gaan.
Iedereen gaat maar dood
Haar ogen zijn vochtig, maar ze herneemt zich met een grapje: “Tja, dan had ik maar niet de jongste moeten worden. Dan krijg je dit; dan blijf je alleen over.” Koket gaat ze op de rand van het bed zitten en pakt haar glas. “Hè lekker, daar had ik net zin in.” Wonderlijk hoe goed ze nu ineens lijkt.
Papraatje (8) – Een beste borrel en een dode plant
Over ruim 2 weken wordt hij alweer 95, meldt hij monter. “Ja, er komt maar geen einde aan!” verzucht ik theatraal.
“Nee,” zucht hij eveneens, “en je zit hier toch allemaal om an je einde te komme, nietwaar?”
Onze verhalen (27) – Dankjewel
Het doet me pijn om te beseffen dat je er nu niet meer bent, dat ik niet alleen Thijs, maar ook jou ben kwijtgeraakt, al ben je er fysiek nog wel. Ik zal je blijven bezoeken zolang je er nog bent, maar de echte jij zal ik nooit meer zien. Daarom stop ik met je schrijven op deze plek.
Voorbij de regenboog
We beloofden elkaar weer snel te zien. Dat gaat niet gebeuren, dat wisten we allemaal. De eerst volgende keer dat we elkaar weer gaan zien is op de volgende begrafenis of ergens ver weg, voorbij de regenboog.
Als ‘is’ ‘was’ wordt
Het is bijna net zo bizar als het moment van overlijden zelf. De laatste ademhaling. Nog één diepe zucht en de ‘is’ wordt een ‘was’.
Dood!
Dood, nee, dat staat niet in zijn programmaboekje, terwijl hij donders goed weet dat het onvermijdelijk is deze keer. Er is geen weg terug. Hij gaat ons verlaten. Binnenkort of misschien over een paar jaar. Hoe geduldig is de dood,die om een hoekje staat te loeren en hoe sterk is zijn wil om te overleven.




