
Foto by Dennis Weening Haarlem
Dood gaan hoort bij het leven. Het is de enige zekerheid nadat we het levenslicht hebben gezien. Ooit gaan we dood.
Wanneer, waar, hoe; niemand die daarop een antwoord kan geven. Zelfs de mensen met een ‘bijna-dood’ ervaring weten het niet echt zeker. Ze vertellen over ‘het licht’, ‘de tunnel’ en ‘de andere kant’. Dat ze geroepen werden. Dat ze niet wilden oversteken naar de andere kant, omdat aan ‘deze’ kant nog zoveel mensen zijn die hen nodig hebben.
Of ik geloof in een ‘andere kant’, een kant waar het allemaal veel ‘beter’, ‘mooier’, ‘lichter’ is? Ik heb geen idee.
Deze week was ik bij een begrafenis. Op de dag dat mijn vader vijf jaar geleden werd gecremeerd.
Het was een echte ‘ouderwetse’ begrafenis. Eén met een heilige mis en een teraardestelling, op de begraafplaats achter de kerk. Ik zag er tegenop. Ik zag op tegen de lange zit in de kerk, de kou op de begraafplaats. Maar het was een prachtige mis met een pastor die me wist te raken. Een mensenmens. Net als ook de overledene een mensenmens was.
Ik verheugde me op de ‘nazit’ en het ‘condoleren.’ Het restaurant waar ik weer oude bekenden zou zien. Waar we zouden napraten, niet alleen over de overledene, maar ook over de mooie tijden die we samen hadden beleefd.
Over de muziek die ze zo mooi vond. Dat ze had gezegd dat we vooral door moesten gaan met leven, omdat zij zo van het leven hield. Dat we samen moesten zeilen op de wind van vandaag.
We beloofden elkaar weer snel te zien. Dat gaat niet gebeuren, dat wisten we allemaal. De eerstvolgende keer dat we elkaar weer gaan zien, is op de volgende begrafenis. Of ergens ver weg, voorbij de regenboog.







Geef een reactie