Ik wil dit leven niet. Alles en iedereen is des doods. Stil. Mat en platgeslagen. Als ik Corona krijg, hoef ik echt niet naar het ziekenhuis. Dan laat mij maar. Geef mij eventueel een morfineshot tegen de pijn en laat mij alstublieft gaan.
Het is zó stil in huis…
De zon trekt langzaam haar baan door de lucht. Uit de radio klinkt en de tonen van La Bohème. Het kopje koffie naast haar is koud geworden. Het huis, waar zij met haar 94 jaren nog steeds zelfstandig woont, is leeg. En heel erg stil.
Kletspraat met Gerda (9) – Dus wij zijn oud genoeg?
We praten er veel over. Over “straks”. Over de angst voor wat komen gaat. En ook over de leegte die onherroepelijk de ruimte gaat vullen. Een huiskamer en een bovenkamer volgepropt met niets dan leegte.
Papraatje (25) – Papraktisch
Vorige week moest hij 3 dagen achter elkaar naar de Gall en Gall rollateren, vertelt hij. Hij haalt namelijk slechts 1 fles per keer, want het is in zijn optiek ongepast om meer te kopen. Maar bij extreme dorst moet ie dan de volgende dag wéér op pad voor een liter huismerk.
Spannende films en series.
Is het je wel eens opgevallen dat veel spannende films en series zich afspelen in het halfdonker, het donker of volslagen duisternis? Af en toe denk ik zelfs: kom op jongens, kan er niet eens een lampje aan? Zodat ik kan zien wat er gezegd wordt en door wie?
Papraatje (22) – “Ze is bij me weg” (deel 2)
“Ik weet wel waar ze is…,” zeg ik, terwijl ik zoveel mogelijk warmte in mijn stem probeer te leggen, ter compensatie van de ijskoude boodschap die gaat volgen.
“O ja…? Waar dan? In Friesland?” veert hij verheugd op.
“Nee, ze is op de Zuiderbegraafplaats.”
Papraatje (21) – “Ze is bij me weg” (deel 1)
Hij doet zich zwijgend tegoed aan de hem onbekende kost. Niet lullen maar vullen. Om de paar minuten moet zijn grote witte zakdoek eraan te pas komen.
“Weet je dat ze weg is?” vraagt hij, zonder enige aanleiding.
Verstandige schoenen
In 2006 stond de ouderenpsychiatrie nog in de kinderschoenen. Er werd al wel veel onderzoek gedaan, maar therapieën, richtlijnen, protocollen en medicatie waren nog toegesneden op volwassenen tot een jaar of 60. We moesten dus nog veel zelf uitvinden.
Opvliegers of zweefvluchten?
Misschien moeten vrouwen in de overgang maar eens tijdelijk overstappen op een toy boy. Ergens een lekker ding vandaan plukken, een vent die zorgt dat het vochtpercentage overal op peil blijft. Dus niet slechts een tsunami aan de buitenkant en een Sahara van binnen.
“Ik had best kunnen lopen!”
“Je had me niet hoeven ophalen hoor. Ik had best naar huis kunnen lopen,” zegt mijn vader na het onderzoek. Thuis wacht mijn moeder hem op. Ze omhelst hem stevig. “Schrik op schrik,” zegt ze met trillende stem, “en toch blijft een mens steeds weer gezond.”








