Ik wil dit leven niet. Alles en iedereen is des doods. Stil. Mat en platgeslagen. Als ik Corona krijg, hoef ik echt niet naar het ziekenhuis. Dan laat mij maar. Geef mij eventueel een morfineshot tegen de pijn en laat mij alstublieft gaan.
Het is zó stil in huis…
De zon trekt langzaam haar baan door de lucht. Uit de radio klinkt en de tonen van La Bohème. Het kopje koffie naast haar is koud geworden. Het huis, waar zij met haar 94 jaren nog steeds zelfstandig woont, is leeg. En heel erg stil.
De kleine man is jarig: drrrrie!
De kleine man is jarig, maar dan ook helemaal. Bij het zingen klimt hij op de stoel en bij alle hieperdepieps hoor je hem boven het hele gezelschap uit, terwijl zijn armen niet verder de lucht in kunnen.
Oudejaarsavond
Oudejaarsavond in de jaren vijftig: klaverjassen en een potje bier. De kinderen kregen een flesje chocomel. En middernacht waren er kroketten en sterretjes.
De kleine man is het zat!
De kleine man is op een haar na drie en het boerderijboek waaruit oma en hij al zo vaak hebben geknord, gekakeld en gehinnikt, heeft zijn bekoring verloren. Auto’s, tractoren en Bob de Bouwer zijn nu hot.
Papraatje (18) – Amen
Hij bromt wat buitensmonds.“Je moet anders gaan eten én meer drinken,” hou ik vol, “anders loopt de boel vast.” Ondertussen zet ik een groot glas water voor hem neer. “Ik ben daar gek; ik neem straks wel een slokkie slaolie!”
Landerige zondagen (oh, de verveling)
Neem nu een gewone doordeweekse zondag. Ik heb soms geen idee wat ik daarmee aan moet. Zó ongelofelijk saai! Dat is waarschijnlijk nog iets van vroeger. In de jaren vijftig was zondag een hele vervelende dag. Ik kreeg mijn zondagse kleren aan, dan gingen we naar de kerk en na afloop mochten we niets.
We hebben weer genoten, manneke!
Het is zondag en de kleine man is op bezoek. Bij binnenkomst inspecteert hij om te beginnen het uitgestalde speelgoed. Even een paar snaren van de ukelele aantikken (opa twijfelt of er nog een gitarist uit hem gaat groeien), om vervolgens de tractor met aanhangwagen van een grondige inspectie te voorzien.
Papraatje (15) – Ten hemel varen. Of nog niet.
“Er zit toch geen knoflook in?” vraagt hij na de tweede hap. “Natuurlijk niet, daar hou je toch niet van?” lieg ik lustig. Dat noemen we een leugentje om bestwil. Daar houden we in onze familie van.
Met de seks is het helemaal niks meer
Ik knikte. Meer hoef je vaak niet te doen als iemand besluit zijn levensloop in de volle breedte voor je uit te smeren.








