In het gesticht vieren ze geen Koningsdag maar nog steeds Coronadag. Pa moppert er zoals altijd op los: “Tebbie daar? Wat is dat?” wil hij weten. “Dat zijn donuts voor bij de koffie,” “Die mot ik niet… die ken ik niet…”
Het is zó stil in huis…
De zon trekt langzaam haar baan door de lucht. Uit de radio klinkt en de tonen van La Bohème. Het kopje koffie naast haar is koud geworden. Het huis, waar zij met haar 94 jaren nog steeds zelfstandig woont, is leeg. En heel erg stil.
Papraatje (26) – Coronacoma
Dagelijks is hij druk doende – in vermoedelijk comateuze toestand – met het volgen van het journaal. Want er schijnt wat bijzonders aan de hand te zijn, waar hij het fijne van wil weten. En daarmee is de Coronacomakous af.
Papraatje (25) – Papraktisch
Vorige week moest hij 3 dagen achter elkaar naar de Gall en Gall rollateren, vertelt hij. Hij haalt namelijk slechts 1 fles per keer, want het is in zijn optiek ongepast om meer te kopen. Maar bij extreme dorst moet ie dan de volgende dag wéér op pad voor een liter huismerk.
Pestpret (kerstpapraatje)
Op de tafel liggen een aantal zojuist ontvangen kerstkaarten. “Zo zo, je staat er weer goed op! Van wie zijn die?” wil ik weten. “Kemme niet schele! Pestzooi is et… die sodemieter ik gelijk weg,” bromt hij, direct de daad bij het woord voegend.
Papraatje (22) – “Ze is bij me weg” (deel 2)
“Ik weet wel waar ze is…,” zeg ik, terwijl ik zoveel mogelijk warmte in mijn stem probeer te leggen, ter compensatie van de ijskoude boodschap die gaat volgen.
“O ja…? Waar dan? In Friesland?” veert hij verheugd op.
“Nee, ze is op de Zuiderbegraafplaats.”
Opvliegers of zweefvluchten?
Misschien moeten vrouwen in de overgang maar eens tijdelijk overstappen op een toy boy. Ergens een lekker ding vandaan plukken, een vent die zorgt dat het vochtpercentage overal op peil blijft. Dus niet slechts een tsunami aan de buitenkant en een Sahara van binnen.
De Invisible Rabbit Bra
Zorgvuldig manoeuvreerde ik de plakkers over mijn borsten. Tepels in het midden, pads vastgezet en dan de oren van het konijn op mijn borst, boven mijn borsten geduwd. Bleef het zitten? Natuurlijk niet.
Papraatje (20) – Ratjetoe
“Ik ben geen belmens,” verklaart hij humeurig, “belle doe ik alléén as het echt nodig is; niet voor een lulpraatje.” Bij deze mededeling kijkt hij mij doordringend aan. “En ik heb nou eenmaal de pest aan lulpraatjes.”
Papraatje (19) – Vruchteloos
Morgen is hij vermoedelijk weer vergeten dat hij een fruitliefhebber is en binnen een week is de boel rot en beschimmeld en sterft het in huis van de vliegjes, die dan vervolgens met harde hand en krant bestreden moeten worden.









