Buiten de deur gaan zitten om te werken, werkt. Dat blijkt. Al zou het handiger zijn geweest als ik mijn laptopje van de week ook daadwerkelijk had meegenomen naar IKEA. Want daar moest ik zijn voor een nieuw bed op mijn logeerkamer. Ik had me voorgenomen om van de gelegenheid gebruik te maken om in hun restaurant een uurtje te schrijven. En nu moest ik krabbelen op de achterkant van een verfrommeld boodschappenlijstje.
Enfin, in het IKEA-restaurant hebben een heleboel mensen laptopjes voor zich staan. Je zit er namelijk best gezellig op een doordeweekse dag. Koffie en thee is er niet duur, het is zelfs gratis als je member bent, en ook het eten is goed en betaalbaar. Later in de week zat ik in de HEMA. Opnieuw geen laptopje bij me, want nu was ik niet van plan om te gaan schrijven. Maar ik had me onderweg zó boos lopen maken, dat ik het even kwijt moest. Gelukkig had ik een bon van de AH in mijn portemonnee. Op de lege achterkant heb ik voldoende kunnen noteren om uit te werken wat hieronder volgt.
Het is erg, maar ik merk dat ik een boze oude vrouw aan het worden ben (of misschien was ik altijd al een bozige vrouw, maar minder oud, en valt het me nu pas op). Ik maak me kwaad over van alles en nog wat en de hele maatschappij. En wat erger is; tegenwoordig ook over mensen.
Ik loop bijvoorbeeld in het gangpad waar de panty’s hangen. Heb ik nodig, een doosje met twee panty’s. Niks bijzonders; je zoekt je maat en je haakt het doosje van de stelling en je loopt naar de kassa om af te rekenen. Maar, precies waar ik moet zijn, staat een mevrouw uitgebreid alle doosjes één voor één te bekijken. Haar man staat breeduit naast haar, de rest van het gangpad versperrend. Ze kijken niet op of om.
Nee, haar maat zit er niet bij. Raar toch? Ze hadden haar maat ook al niet in die andere HEMA’s en ze gaat nou juist altijd bij de grotere HEMA’s kijken of ze haar maat daar wel hebben.
“Weet je het zeker?” vraagt meneer. “Dat kan toch niet?” En ook hij buigt zich over de doosjes, laat ze één voor één door zijn handen glijden en bekijkt uitgebreid de voor- en de achterkant voor hij ze weer terughangt. Hoofdschuddend staan ze naast elkaar. Ik blijf er even naast staan, maar ze wijken geen centimeter. En wegduwen is ook weer zowat. Dan loop ik maar even om de rekken heen. Haar maat zit er niet bij, dus ze zullen zo wel opkrassen. Maar als ik na vijf minuten terugkom, staan ze er nog. “Ik snap het niet, ze hebben ze wel in zwart, maar ik wil geen zwart, ik wil gewone benenkleur.”
Inwendig briesend loop ik naar het restaurant, bestel een kop chocolade en een stroopwafel (die niet te eten zo zoet is) en schrijf dit allemaal op de achterkant van die AH-bon. Daarna kan ik eindelijk mijn panty’s kopen, maar dan volgt meteen het tweede waar ik me boos over maak; de lift naar de parkeergarage. Er kunnen 400 auto’s in en er is zegge en schrijve één lift(je), waar – volgens de maker van die lift dan – tien mensen in zouden moeten kunnen. Maar nadat ik een kwartier heb staan wachten tussen mensen met kinderwagens en rollators, blijkt dat er, met wat passen en meten, zes personen en een buggy in kunnen. En daar maak ik me dan kwaad over. Een parkeergarage met vier verdiepingen en één smal liftje. Wie verzint die ongein?
Mijn overleden lief zou daar wel een antwoord op hebben gehad. Hij was namelijk van het positieve soort: niet zó, maar zó: wat fijn dat er mensen stonden bij die kousenwand. Daardoor ben ik een kop chocolademelk gaan drinken. Dat die stroopwafel niet echt lekker was, kwam goed uit, want er zaten er twee in dat pakje en anders had ik ze allebei opgegeten. En die lift? Hartstikke gezellig toch dat je met wat mensen staat te wachten? Wanneer neem je anders de tijd om gewoon even om je heen te kijken? Trouwens, je hebt zelf gezien hoeveel mensen alsnog de trap namen in plaats van de lift. Dat is in deze tijd van meer moeten bewegen toch alleen maar meegenomen?
Van die dingen ja, van die dingen!

bron: pixabay.com







Je druk maken over zaken die dat niet waard zijn, je hebt er alleen jezelf mee. Niet doen dus. Maar dat heb je vast vaker gehoord
Je hebt helemaal gelijk Carel. Het is het ook helemaal niet waad om je zo druk te maken. Slecht voor mijn bloeddruk ook. En ik heb dat inderdaad vaker gehoord. Ik zal het je nog sterker vertellen; ik heb dat zelf nog veel vaker tegen anderen gezegd. Het eigenaardige is dat ik daar mijn hele leven nog nooit last van heb gehad; ik was altijd de beminnelijkheid zelve, maakte me nooit ergens druk om en had eindeloos geduld met iedereen; ‘ alles sal regkom,’ was mijn motto, ‘is het niet nu, dan wel morgen en zo niet, dan toch’. En gelukkig gebeurt het me ook nu nog bijna niet. Daarom viel het me ook zo op.
Hoe kwam het nu dat je je daar zo druk om maakte? Had je haast? Had je geen geduld? Was je moe?
Ik heb, eerlijk gezegd, geen idee waarom ik me daar plotseling zo boos over maakte. Ik was inderdaad moe, maar dat ben/was ik altijd al en ik heb mijn hele leven overgelopen van geduld voor anderen. Misschien was ik daar ineens klaar mee, wie zal het zeggen? Maar feit blijft dat die twee mensen het gangpad in de HEMA landurig versperden èn dat die lift in het winkelcentrum vele malen te klein is voor het winkelend publiek.