“Variée!”
De stem galmt door het lokaal. Langzaam wordt de muziek zachter. Hè getverderrie, nu al? Het gaat net zo lekker. Eindelijk iemand die het kan. Niet zo’n onbehouwen hork met rode wangen en angstzweet onder zijn oksels, die om de twee tellen mijn tenen aan gort trapt. Nee, echt iemand die weet wat hij doet. Logisch natuurlijk, want deze jongen assisteert de dansleraar bij zijn eerstejaarsgroep. Was ik maar vast tweedejaars, dan waren die klompendansers weg.
Ik kijk om me heen. De andere meisjes lopen over de dansvloer op zoek naar de beste danspartners, maar ik wil helemaal niet variëren. Ik wil geen ander, ik wil deze. Deze jongen danst heerlijk. Als ik nou een beetje blijf plakken, quasi met hem in gesprek ga, kan ik misschien nog een ronde. Als ik zelf op zoek moet, ben ik meestal niet snel genoeg en blijft er alleen een hobbelpaard over. Daar heb ik geen zin meer in. Ik zit op stijldansen omdat ik dat goed wil leren, maar al die suffe gozers duwen en trekken in plaats van dat ze de dame leiden tijdens het dansen. Wat doen die jongens hier eigenlijk? Waarom staan ze niet in de disco te stampen? Moesten hier zeker van hun moeder heen. Voor hun ontwikkeling natuurlijk. Alsof dat helpt.
De jongen tegenover me draait zich wat van me af en weer naar me toe, zodat het lijkt alsof hij een nieuwe danspartner heeft. Hij geeft me een knipoog. Ik straal. Fijn, ik mag weer met hem, maar, “Mag dat wel?” vraag ik bezorgd.
“Och, er mag zoveel niet,” antwoordt de jongen, “en het gaat toch prima?”
Ik knik.
“Nou dan! Vooruit meid, jij danst hartstikke goed en dit is de laatste dans vanavond.”
De dansleraar telt; één twee drie, één twee drie. De muziek zwelt aan en ik zweef weg op de klanken van The Last Waltz.

bron: pixabay.com







Geef een reactie