
Bron: Pixabay.com
‘Hoe is ‘t met je?’ De kleine man kijkt me vanaf het beeldscherm belangstellend aan. Hij heeft een groene auto in zijn hand die zelf kan rijden als je er een paar keer met de wielen mee over de vloer rolt.
Hij wacht op mijn reactie.
Zoveel empathie van een net 2-jarige overrompelt me. Ik heb het gevoel voor het eerst rechtstreeks contact met mijn kleinzoon te hebben. Natuurlijk is hij gesouffleerd door z’n papa, maar toch. Onze relatie heeft zich in één klap verdiept. Het is één op één, er is iets verschoven tussen hem en mij.
‘Ik heb een beetje pijn in mijn rug’, zeg ik. Een ondeelbaar moment vallen de jaren weg. En onmiddellijk roert de slachtoffer-ik zich in me.
Hij knikt en zijn gezicht vertrekt. ‘Au’, zegt hij, want pijn, dat snapt hij.
‘Ja’, maar het gaat al beter hoor’, zeg ik zo opgewekt mogelijk. Want je mag een peuter natuurlijk niet opzadelen met je fysieke ongemak. Stel je voor dat hij zich zorgen om opa gaat maken en nog vroeger wakker wordt.
Dan komt zijn andere hand tevoorschijn. ‘Ik heb ook sokola’. Een half verorberd paasei verschijnt in beeld, uit de mand met gevonden eieren die hij met zijn leven bewaakt. Met een hemelse glimlach breekt hij er met spierwitte voortanden een stuk af. Er blijft wat tussen het spleetje zitten.
Dan krijgen we nog het nieuwe woord dat hij vandaag geleerd heeft; ‘Maxstappe’.
‘Knap van jou!’
Vervolgens duikt hij uit beeld en verdwijnt met zijn auto de kamer in. ‘Heng! heng!’
Genoeg gepraat!







Geef een reactie