Al op de dag van de operatie zelf mag ik mijn been een beetje buigen en even staan, met een euforisch gevoel van mijn kant tot gevolg. Vergenoegd, omdat het zo goed gaat en ik nauwelijks pijn heb, verorber ik de heerlijke maaltijd die de voedingsassistente op bed komt brengen. Wat een luxe!

bron: commons.wikimedia.org GNU1.2 – CC3.0 (no adaptations – Author: F.Jacquot -2007)
Voor de nacht krijg ik een brace, om het been gestrekt te houden, want door de vergevorderde artrose liep ik een klein beetje te hompelen omdat ik mijn knie niet meer helemaal recht kreeg. Met een brace zou dat snel verholpen moeten zijn. Het ding zit onaangenaam, en ik lig er niet echt lekker mee, maar ik kan, tot mijn grote verbazing, evengoed slapen.
De volgende dag komt de fysiotherapeut aan bed en moet ik een paar stappen doen, maar nu val ik ongeveer flauw van de pijn, dus dat gaat niet door. Snel weer mijn bed in. Hij stelt voor om de Kinetec (ook wel CPM-machine genoemd) te gebruiken. De Kinetec is een apparaat waar je been in wordt gelegd en dat heel voorzichtig, zachtjes en langzaam, je been een beetje buigt. Daardoor zou je sneller weer kunnen lopen.
Het apparaat moet een halfuur zijn werk doen. Ik krijg een knop om te stoppen als het me even teveel wordt en om weer te beginnen als het weer kan. Helaas: ondanks de zware pijnstillers is het al na drie minuten niet meer te harden. Even stoppen dus en na een paar minuten weer starten. Ik kan het opnieuw niet langer verdragen. Lang verhaal kort, ik ben duidelijk geen doorzetter, en na hooguit een kwartier, waarvan misschien zeven minuten buigen, gaat mijn Kinetec helemaal uit en weet ik niet hoe snel ik mijn been van het apparaat moet worstelen. Morgen weer een dag.
Op dag drie word ik, na het ontbijt, door twee mensen opgehaald en overgebracht naar het revalidatiecentrum in de ‘zorgboulevard’, verderop in het gebouw. Ook al zo’n splinternieuw onderkomen. Ik mag in een rolstoel, want zelf lopen lukt nog niet. Mijn hele hebben en houden (koffer, rugzak, krukken, rollator, de lange schoenlepel en die supergemakkelijke grijper) wordt op elkaar gestapeld en voortgeduwd door de tweede dame.
Eenmaal op de afdeling, komt een – werkelijk piepjonge verpleegkundige – mij toespreken als ware ik een kleuter. Ze stelt zich voor als de verpleegkundige van dienst en gaat gezellig op de rand van mijn bed zitten, want “anders sta ik zo hoog boven u uitgetorend”. Hm, heb ik persoonlijk geen bezwaar tegen en anders staat even verderop een stoel die je kunt gebruiken, denk ik, maar zeg ik niet, want dat klinkt niet zo aardig en ze doet overduidelijk haar best om mij op mijn gemak te stellen. Of misschien is ze vooral bezig zichzelf op haar gemak te stellen? Dat zou zomaar kunnen.

bron: pixabay.com
Voor de lunch komt een aardige, enigszins nerveus ogende dame mij ophalen. Ze rijdt mij in mijn rolstoel naar het restaurant en helpt met het uitzoeken van wat ik wil eten. Dat wil zeggen: ze springt van de ene rolstoelpatiënt naar de andere en roept ondertussen dat ze me zo zal helpen. De keuze is overigens prima en het eten vers gekookt. Maar de sfeer in het restaurant is, om het vriendelijk te zeggen, nogal bedrukt. Ik word met rolstoel en al aan een lange rechte tafel gezet, naast andere rolstoelers, die allemaal zwijgend hun maaltijd tot zich nemen en dan op de knop drukken die ze om hun pols hebben, om weer teruggebracht te worden naar hun kamer. Aan de apart staande ronde tafels lijkt het wat gezelliger toe te gaan, hoewel ook daar stugge eenlingen, schijnbaar onverstoorbaar, hun eten naar binnen werken.
‘s Middags brengt een andere dame mij, eveneens per rolstoel, maar met de rollator voor mij uit, naar de oefenruimte van de fysiotherapie. Lopen zal ik en ik moet vooral oefeningen doen om mijn knie te buigen. Dat lopen blijkt goed gaan en al snel loop ik als een kieviet achter mijn rollator. Erg prettig, zo ben ik stukken minder afhankelijk. Maar het buigen van mijn knie heeft meer voeten in de aarde, met andere woorden; ik kom niet verder dan 20 graden, waar ik over een kleine week op 90 moet zitten om naar huis te mogen. De Kinitec dan maar weer.
Als ik weer terug ben op mijn kamer, komt de fysiotherapeut het martelwerktuig opnieuw bij mij aanleggen. Drie kwartier moet het deze keer worden. Ik hoef zelf immers niets te doen. Alleen maar blijven liggen terwijl het apparaat mijn knie buigt. Van de voorgeschreven drie kwartier haal ik, met tussenstops, krap aan vijftien minuten, Daarna staat mijn hele been in brand. Ze kunnen me wat, maar dit ga ik niet meer doen. De groeten! En waar is mijn icepack?







Geef een reactie