
Bron: pixabay.com
85 ben ik nu. Vijfentachtig!! Nu verwacht je natuurlijk meteen dat ik in een verzorgingshuis woon. Of op zijn minst in een aanleunwoning. Niks van dat alles. Ik woon nog steeds zelfstandig. In mijn eigen kleine bungalow, niet zo heel ver van de zee. Maar óók op loopafstand van de winkels. Al pak ik voor de boodschappen wel altijd de auto, omdat ik geen zin heb om te sjouwen. Als ik terugkom van ’t inkopen doen, komt mijn buurjongetje Thies altijd aangerend om voor mij de tassen naar binnen te brengen. Thies is een schat van een jong. Maar zonder zijn beloningsstroopwafel gaat hij niet weer weg. Dus ik moet ook altijd stroopwafels inkopen, want anders kan ik de volgende keer zelf sjouwen.
Ja, natuurlijk kan ik de boodschappen ook thuis laten bezorgen. Maar waarom zou ik dat doen? Elke dag er even uit, zolang het nog kan. Veel beter. Zie ik ook nog eens wat andere mensen. En bij de Appie ga ik altijd even een kopje koffie drinken. Midden in de winkel! Dat kan alles zo maar, tegenwoordig. Ik vind dat leuk. Vroeger hadden ze dat niet bij de kruidenier. Misschien zijn kruideniers daarom wel uitgestorven.
In mijn Appie staat zelfs een grote houten tafel. Met kranten! Die lees ik dan. Je moet wel bij de tijd blijven, immers. Tenzij Marie er ook is. Marie is een enorme kletskous. Nog veel erger dan ik. Ze woont bij haar dochter, maar ja, Marie is de 90 ook al gepasseerd, dus dat is wel begrijpelijk. Marie is ook half blind en haar handen doen niet meer alles wat ze wil; ze worden niet meer warm. Altijd koude handen. Slechte doorbloeding. En reuma, dat ook nog. Daarom vindt ze het fijn als ik ze af en toe even vastpak. “Wat een lekkere warme handen heb jij toch!” roept ze dan, dwars door de winkel.
Eigenlijk heb ik elke dag van de week wel iets te doen. Mijn dagen zijn altijd gevuld. Van vroeg in de ochtend tot laat in de middag en soms zelfs in de avond. Ik bridge en schilder. En ik ga ook graag naar het theater. Of naar het museum of de bioscoop. Ik prijs mijzelf rijk dat ik nog zo goed ter been ben. Maar ook dat ik vief genoeg ben in ’t hoofd om te klessebessen en kruiswoordpuzzels te maken. Je moet jezelf fit houden, ook in je hoofd, niewaar?
In de vrije tijd die nog over blijft, mag ik graag koken. En bakken. Deze week was mijn verjaardag. Eigenlijk wilde ik dit jaar maar eens makkelijk doen en een kant-en-klare taart halen, maar toen zag ik dat de schuimkoekjes in de aanbieding waren. De keuze was snel gemaakt. Niks geen voorgebakken taart voor mijn visite. Immers niks lekkerder dan een zelfgemaakte nougatine ijstaart (ik heb het recept wat ik altijd maak erbij gedaan! Goed hè?)
Ik moet nog wat vertellen, zo in mijn eerste schrijfsel hier. Ik ben verliefd! Ja, echt! En dat op mijn leeftijd! Ik heb in mijn leven al twee mannen gehad. Versleten klinkt zo onaardig, maar dat heb ik ze wel. Daarover vertel ik later wel meer. Maar ik ben dus al twee keer getrouwd geweest, bedoel ik dus. En nu is de derde aan de beurt. Hij is tien jaar jonger dan ik! En hij heet Gert.
Ik moest zelf hard lachen: Gerda en Gert. Dat klinkt best goed. Ik ben stiekem wel blij dat ik geen Hermien heet. En wie weet, misschien ga ik ook nog wel op de valreep met Gert trouwen. Nooit te oud voor nieuwe liefde, zeg ik altijd maar. Als die Britse het kan op haar honderdste, kan ik het ook op mijn 85e. Het leven is per slot van rekening nog maar net begonnen!







Geef een reactie