
Bron: Pixabay.com
Zo, dat waren een paar zware dagen. Afgelopen donderdag heb ik voor de verhuizing de berging van de zolder leeggehaald. Alles eruit. Wat een troep verzamelt een mens door de jaren heen. En wat is het moeilijk om afscheid van dingen te nemen, zeg. Zelfs al staan ze al jaren te verstoffen op zolder. Van veel dingen wist ik niet eens meer dat ik ze had. Een deel van de spullen kon gelijk weg, die heb ik in mijn auto geladen en naar het grofvuil gebracht. Van wat over is, kan ik ook écht niet alles meenemen naar mijn nieuwe woning, maar ik moet nadenken wat ik ermee ga doen. Sommige spullen zijn nog van mijn moeder geweest en hebben teveel sentimentele waarde om ze gewoon maar weg te doen.
Vrijdag werd ik leeg en doodmoe wakker, alle emoties van de laatste tijd worden me af en toe te veel. Maar ik had aangeboden om Karin op te halen van het vliegveld. Dus toen de wekker ging, had ik geen excuus om me nog een keer om te draaien. Eindelijk is ze er dan meis, eindelijk is je dochter een tijdje bij jullie in de buurt. Ze landde al vroeg op Schiphol en uit angst te laat te zijn, heb ik je man nóg veel vroeger opgehaald, waardoor we uiteindelijk nog ruim drie kwartier moesten wachten in de aankomsthal. Maar wat vond hij het fijn om haar weer te zien! Hij had zich voorgenomen om zich groot te houden, maar dat is hem toch niet helemaal gelukt hoor.
We hebben onderweg een kop koffie gedronken in een klein restaurantje. Karin wilde niet eerst naar huis, maar gelijk door om jou op te zoeken. Dat snapten we wel, maar we wilden haar wel voorbereiden op wat haar te wachten stond. Voor zover dat kon dan, want wij wisten ook niet hoe jij ging reageren. Dat je haar mist, staat als een paal boven water. Er gaat geen dag voorbij, zonder dat je naar haar vraagt of denkt dat ze straks wel even langskomt. Maar wat je reactie zou zijn, als ze er echt was? Dat was ook voor ons niet voorspellen.
Achteraf was die koffiestop maar goed ook. Toen we je zagen, herkende je óns wel, mij en je man, maar Karin bleef je verward aankijken. Je hield je stijf bij haar omhelzing en werd boos op ons toen we zeiden hoe fijn het was dat Karin er was. Toen haalde je een oude foto tevoorschijn van je nachtkastje en begrepen we je. Het was een foto van jou en Karin een foto van ruim 25 jaar geleden. Allebei zagen jullie er natuurlijk veel jonger uit. Ik denk dat je de foto uit een van de albums gehaald hebt, die we voor je gemaakt hebben.
De verpleegster wist gelukkig wat te doen. “Maar mevrouw,” zei ze, “kijk eens naar de foto? En nu in de spiegel?” Met zachte hand nam ze je mee naar de badkamer. Ze liet je de foto zien en daarna je spiegelbeeld. Niet begrijpend keek je in eerste instantie naar de vrouw in de spiegel, maar langzaam leek je te begrijpen waar ze heen wilde. Je bent niet meer die vrouw op de foto en Karin niet de jonge vrouw, die jij denkt dat ze altijd gebleven is. Al is ze in verhouding met ons nog steeds een meisje natuurlijk. Een traan liep langzaam over je wang naar beneden. Een traan die de gevoelens van ons allemaal weerspiegelde. Karin pakte je hand en gaf er een zoen op. “Lieve mama, voor mij ben jij altíjd jij.” Je kneep in haar hand. Herkende je haar nu toch?
Gisteravond ben ik uitgeput in bed gerold. Ik zou vandaag weer verder gaan met pakken, maar ik sla een dag over. Ik ga zo naar het strand om uit te waaien. De frisse herfstwind zal me goed doen. Het is geen geweldig mooi weer, maar ik ben nog steeds niet van suikergoed, toch? Als het beter weer is, gaan we een keer samen. Tot gauw weer lieverd!







Geef een reactie