
Bron: Pixabay
Wij waren kort geleden ons systeem aan het ‘updaten’ om te kijken welke patiënt nog werkelijk patiënt is. In mijn huisartsenpraktijk houden wij de gegevens graag ‘up to date’, omdat dit levens kan redden. En er zijn ook patiënten die overleden zijn, maar nog wel in het systeem voor komen.
Ik stuitte op mevrouw van Ginkel, die zevenendertig jaar geleden voor het laatst de praktijk bezocht, die ik twee jaar geleden overnam van mijn voorganger. Ik besloot om even met mijn assistente te overleggen, want die werkt hier al jaren en in onze kleine gemeente is het ‘ons kent ons’.
“Nee hoor, mevrouw van Ginkel is nog springlevend, ik kwam haar laatst tegen bij Albert Heijn, waar zij haar boodschappen in haar fietstassen deed”.
“Weet je het zeker?” vroeg ik, “volgens ons systeem is zij bijna 101”.
“Ja hoor,” antwoordde zij, “ik zie mevrouw ook nog regelmatig op de fiets het dorp uit fietsen. Dan fietst ze naar haar dochter in Diemen.”
Vol ongeloof vroeg ik nogmaals: “Weet je het écht zeker?” Ze wist het zeker. Ik besloot mevrouw van Ginkel te bellen.
02940-5697 stond er in het systeem, een nummer van veertig jaar geleden. Ik converteerde het nummer, paste het aan in de computer en toetste het in.
“Met mevrouw van Ginkel,” antwoordde een vrolijke stem en ik legde haar uit dat wij de gegevens in ons systeem aan het controleren waren en ik mij afvroeg of het klopte dat zij al zevenendertig jaar niet meer in de praktijk was geweest.
“Nou kind, dat zou best eens kunnen kloppen” beaamde zij mijn vraag. “Ik mankeer niets en als ik verkouden ben, doe ik een scheutje rum door de koffie. Goed voor ’t zog,” ginnegapte ze.
Ik moest diep nadenken wat ze hiermee bedoelde, maar kon de betekenis niet zo snel achterhalen. Ik toetste ‘zog’ in op Google en ontdekte dat dit ‘moedermelk’ betekent. Moedermelk voor een honderdjarige leek mij wat onwaarschijnlijk, dus ik vroeg haar voor de zekerheid toch maar of alles goed met haar was. “Kind, ik ben zo gezond als een vis! En zolang een vis kan zwemmen, gebeurt er niets en al mijn botten zitten nog allemaal in mijn vel,” grapte ze tegen mij. “Als er iets uitvalt, kom ik wel langs’ vervolgde ze.
“Weet u wat, mevrouw van Ginkel, als ik nu eens bij u langs kom, lijkt dat u wat?” stelde ik haar voor.
“Nou kind, je bent altijd welkom hoor, je komt maar. De koffie staat hier altijd voor iedereen klaar,” nodigde zij me hartelijk uit.
Mevrouw van Ginkel was dus inderdaad springlevend en de volgende dag bezocht ik haar thuis. Het werd het begin van een reeks prachtige gesprekken, waarbij de dokter-patiënt-verhouding meer een vriendschapsrelatie werd tussen twee vriendinnen. En waarom ook niet. Naar de praktijk komt deze bijzondere vrouw toch niet.







Geef een reactie