In het gesticht vieren ze geen Koningsdag maar nog steeds Coronadag. Pa moppert er zoals altijd op los: “Tebbie daar? Wat is dat?” wil hij weten. “Dat zijn donuts voor bij de koffie,” “Die mot ik niet… die ken ik niet…”
Papraatje (28) – Koel bewaren? IJskoud de beste!
“De hele bliksemse boel gaat toch kapot zo?” bromt hij, hoofdschuddend. “Ja, maar volgens Rutte is dit nodig om de zorg te ontlasten. Dat is nu veel belangrijker dan de economie,” gil ik. “Geloof jij het?” schampert hij.
Papraatje (26) – Coronacoma
Dagelijks is hij druk doende – in vermoedelijk comateuze toestand – met het volgen van het journaal. Want er schijnt wat bijzonders aan de hand te zijn, waar hij het fijne van wil weten. En daarmee is de Coronacomakous af.
Pestpret (kerstpapraatje)
Op de tafel liggen een aantal zojuist ontvangen kerstkaarten. “Zo zo, je staat er weer goed op! Van wie zijn die?” wil ik weten. “Kemme niet schele! Pestzooi is et… die sodemieter ik gelijk weg,” bromt hij, direct de daad bij het woord voegend.
Papraatje (21) – “Ze is bij me weg” (deel 1)
Hij doet zich zwijgend tegoed aan de hem onbekende kost. Niet lullen maar vullen. Om de paar minuten moet zijn grote witte zakdoek eraan te pas komen.
“Weet je dat ze weg is?” vraagt hij, zonder enige aanleiding.
Papraatje (20) – Ratjetoe
“Ik ben geen belmens,” verklaart hij humeurig, “belle doe ik alléén as het echt nodig is; niet voor een lulpraatje.” Bij deze mededeling kijkt hij mij doordringend aan. “En ik heb nou eenmaal de pest aan lulpraatjes.”
Papraatje (19) – Vruchteloos
Morgen is hij vermoedelijk weer vergeten dat hij een fruitliefhebber is en binnen een week is de boel rot en beschimmeld en sterft het in huis van de vliegjes, die dan vervolgens met harde hand en krant bestreden moeten worden.
Papraatje (18) – Amen
Hij bromt wat buitensmonds.“Je moet anders gaan eten én meer drinken,” hou ik vol, “anders loopt de boel vast.” Ondertussen zet ik een groot glas water voor hem neer. “Ik ben daar gek; ik neem straks wel een slokkie slaolie!”
Papraatje (17) – Vieze Lieze
Op de salontafel ligt een tube zalf, verbandmateriaal en een doos met witlatex handschoenen. Waarvoor die zijn? Hij wijst wat achteloos en vaag kruiswaarts. De binnentredende zuster, die met de gemene kuiten, werpt me vanuit het keukentje een zorgelijke blik toe.
Het praatje verdwijnt
Het praatje pot, de voorbijgangers-lulkoek over niks en alles is in gevaar. Het voortschrijdende schermpjes-autisme maakt ons tot eenzame klik-zombies.









