In het gesticht vieren ze geen Koningsdag maar nog steeds Coronadag. Pa moppert er zoals altijd op los: “Tebbie daar? Wat is dat?” wil hij weten. “Dat zijn donuts voor bij de koffie,” “Die mot ik niet… die ken ik niet…”
Papraatje (27) – Ze is bij me weg – deel 3
Intens tevreden kijkt hij een tijdje uit het raam naar de wuivende, kale boomtoppen, blij dat niemand aan z’n portemonnee kan komen. Dan betrekt zijn gezicht en hoor ik een diepe zucht. “Toch wou ik dat ze bij me terugkwam…”
Het is zó stil in huis…
De zon trekt langzaam haar baan door de lucht. Uit de radio klinkt en de tonen van La Bohème. Het kopje koffie naast haar is koud geworden. Het huis, waar zij met haar 94 jaren nog steeds zelfstandig woont, is leeg. En heel erg stil.
Papraatje (26) – Coronacoma
Dagelijks is hij druk doende – in vermoedelijk comateuze toestand – met het volgen van het journaal. Want er schijnt wat bijzonders aan de hand te zijn, waar hij het fijne van wil weten. En daarmee is de Coronacomakous af.
Papraatje (22) – “Ze is bij me weg” (deel 2)
“Ik weet wel waar ze is…,” zeg ik, terwijl ik zoveel mogelijk warmte in mijn stem probeer te leggen, ter compensatie van de ijskoude boodschap die gaat volgen.
“O ja…? Waar dan? In Friesland?” veert hij verheugd op.
“Nee, ze is op de Zuiderbegraafplaats.”
Papraatje (21) – “Ze is bij me weg” (deel 1)
Hij doet zich zwijgend tegoed aan de hem onbekende kost. Niet lullen maar vullen. Om de paar minuten moet zijn grote witte zakdoek eraan te pas komen.
“Weet je dat ze weg is?” vraagt hij, zonder enige aanleiding.
De toekomst van gisteren
2040. Er zijn nog wel bejaardenhuizen, maar je moet minstens 95 zijn voordat je daar naartoe kunt, en dan moet je ook nog eens zover zijn dat je niet meer kunt lopen of staan. Als je het geluk hebt dat ze je willen hebben, krijg je bij binnenkomst meteen de pil van Drion.
Verstandige schoenen
In 2006 stond de ouderenpsychiatrie nog in de kinderschoenen. Er werd al wel veel onderzoek gedaan, maar therapieën, richtlijnen, protocollen en medicatie waren nog toegesneden op volwassenen tot een jaar of 60. We moesten dus nog veel zelf uitvinden.
Iedereen gaat maar dood
Haar ogen zijn vochtig, maar ze herneemt zich met een grapje: “Tja, dan had ik maar niet de jongste moeten worden. Dan krijg je dit; dan blijf je alleen over.” Koket gaat ze op de rand van het bed zitten en pakt haar glas. “Hè lekker, daar had ik net zin in.” Wonderlijk hoe goed ze nu ineens lijkt.
Dagwerk. Elke dag…
Ver in de tachtig en nog steeds zorgen voor je dementerende lief. Een zware last. De persoon die ze was, brokkelt steeds verder af en de gaten in haar geheugen maken haar boos…









