
bron: pixabay.com
Sokken met gaten in onbekende sleetse Zweedse muilen.
“Heb je nieuwe slippers?”
Hij kijkt trots. “Beneden uit de container gevist. Van een of andere dooie vent. Passen prima! Zitten geweldig!” Hij draagt nu zowel binnen en buiten niks anders meer.
Zo ken ik hem; struinen! Op zijn steeds schaarser wordende goede momenten, struint hij zoals altijd graag de boel af, op zoek naar afgedankte zaken die nog prima te gebruiken zijn. Door hemzelf of door anderen, want hij is bijzonder vrijgevig. En in een gesticht met 200 bejaarden is de doorlooptijd niet zo lang. Dat scheelt. “Elke week gaat er hiero wel eentje de pijp uit.” De rouwkaarten op het prikbord naast de lift houdt hij derhalve nauwlettend in de gaten.
“Ik had een goeie week!” klinkt het opgetogen.
“O ja? Waardoor dan?”
“Drie dooien!”
Laatst had hij de bus gepakt om naar V&D te gaan teneinde een flanellen laken aan te schaffen, maar die verkochten ze, tot zijn groot ongenoegen, niet. “Belachelijk!” schampert hij. Wanneer dat was? Een paar weken geleden.
“Maar V&D bestaat toch al een paar jaar niet meer? Die is failliet!”
Aha! Dat snapt hij wel, want ze verkochten immers geen flanellen lakens.
“Tja, dat is dan ook vragen om moeilijkheden,” constateert hij tevreden.
Nu heeft hij echter een alternatief gevonden in de vorm van een ‘dubbel laken’. Zo eentje waar je iets in kan stoppen.
“Bedoel je een dekbedovertrek?”
“Nee, als ik zeg een dubbel laken, dan bedoel ik ook een dubbel laken!” briest hij. Een dekbed is hem onbekend en nog steeds slaapt hij onder van die prikkende, geruite wollen AaBe dekens. Mét een flanellen laken. Geen moderne fratsen, want daaraan heeft hij een hekel, behalve als het hem uitkomt.
In drie weken tijd is hij ruim drie kilo aangekomen en dat zint hem niet. Dat zou wellicht kunnen komen omdat hij onlangs toevalligerwijs het bestaan van chocolademelk heeft ontdekt. Daarvan drinkt hij nu dagelijks twee literpakken, van de volle variant en ijskoud, leeg. Heerlijk! Had hij maar eerder geweten dat dat zo lekker was! Hij smakt met zijn tong.
Van de jonge jenever neemt hij tegenwoordig, ongeveer om het half uur, een slok gelijk aan één borrelglaasje, verneem ik. Zo is hij vermoedelijk de gehele dag enigszins beneveld en krijgt hij de fles tóch aardig leeg. Deze mededeling gaat gepaard met een uitdagende blik zijnerzijds.
“Goed zo, groot gelijk!” prijs ik hem. Hij kijkt me ongelovig aan. “Veel beter dan zoveel drinken dat je niet meer weet wat je doet, valt en niet meer op kunt staan. Als je bent vergeten wat er is gebeurd, dan heb je écht teveel gehad,” preek ik, ook voor eigen parochie. Hij belooft het. Lachend. We weten allebei hoe laat het is; tijd voor een borrel.
De werkster komt om de week twee uur, waarvan ze haast een uur verplicht moet koffiedrinken en praten. Voordien stofzuigt hij het hele huis vast en zorgt hij ervoor dat de boel lekker aan kant is, want hij wil natuurlijk niet voor schandaal zitten. In het resterende uur doet zij de dingen die hij niet meer zelf kan door zijn rug- en knieklachten en een veelvoud aan andere kwalen.
“Maar als ik écht zou wíllen, dan zou ik het nog bést allemaal zelf kunnen doen,” pocht hij. Hij liegt dat hij barst.
“Natuurlijk, dat weten we toch allemaal? Maar ja, als je niet meer wil, dan wil je niet!” lieg ik gezellig met hem mee.
Echt; een leugentje om bestwil op zijn tijd is heus zo gek nog niet.
Door schrijft over alledaagse gesprekken en gebeurtenissen met haar eigenwijze vader (90+).
Deze blogs zijn ook verschenen op HoeVrouwenDenken.nl






Geef een reactie