
Bron: Pixabay.com
Het is eind jaren ’60. We draaien de Woodstock dubbelelpee zo vaak dat de naald zich bijna door het vinyl boort. Grace Slick moet met kleine tikjes tegen de arm van de Lenco draaitafel haperend door White Rabbit geleid worden. Maar dat doet weinig af aan de uren die we met gesloten ogen in stilte op het festivalterrein doorbrengen.
De eerste blokjes rode Libanon worden angsthazerig gescoord in louche binnenstadcafés, waar de nauwe flessenopslag gevuld wordt door een reusachtige Surinamer die achter een wankele tafel en een PTT weegschaaltje dreigend met een Bowie-mes zit te jongleren. Eenmaal ongeschonden weer buiten, met het in aluminiumfolie verpakte plakje diep in de zak van mijn Afghaanse jas, delen we uitbundig onze opluchting over het succes van de illegale daad.
Iedere verdwaalde buitenlander die aan de uiterlijke kenmerken van de ‘Love Generation’ voldoet; haar over de schouders, India-hoofdband, legerrugzak, blote voeten in sandalen – uiteraard uit autoband gesneden – onder een wijde broek, bij voorkeur in oosterse motieven, kan rekenen op gastvrij onthaal in onze eerste huurkamer van twee bij drie. Waar we bij gedempt licht pijpjes delen, kerkwierook branden, Herman Hesse en Khalil Gibran lezen en in steenkolen Engels of Duits onze visie op de nieuwe tijd geven. Niet zelden eindigend in een nevelig dispuut over verborgen betekenissen in de tekst op het etiket van een leeg gelepelde pot pindakaas van de Spar.
Het V-teken is de universele code die broeders en zusters verbindt in een wereld van hersendode kantoorslaven die spoedig omgeturned zal worden tot een lustoord van peace & happiness. (strange things happening and you don’t know what is, do you, Mr. Jones?) Hippies zijn we, maar wel van de keurige soort, die later onder dwang van de omstandigheden toch onverhoeds in een eengezins doorzonwoning terecht zullen komen.
De euforie wordt om zeep geholpen door de weerbarstige realiteit, die aan zorgeloos doorleven de voorwaarde van een geregeld inkomen verbindt. Bovendien blijken veel geestverwanten van weleer te stranden in vervuiling, kleine criminaliteit en harddrug gebruik. De dag dat onze koelkast wordt leeggestolen betekent het einde van de onbaatzuchtigheid én brengt het eerste Lipp-slot op de deur. Dat daarmee ook de magie en het onvoorspelbare zinderende leven wordt buitengesloten, dringt pas door als het veel te laat is om de sleutel weer om te draaien.
Terwijl we ons nog zo lang mogelijk hullen in de oude dresscode, heeft die zijn betekenis verloren en brokkelen de gekoesterde idealen verder af. Het Nirwana blijkt niet zonder slag of stoot te bereiken en de samenleving politiseert. Oude vrienden bekeren zich tot het Maoïsme, Bhagwan of gaan als ultra linkse Jehova’s langs de deuren met onduidelijke periodieken en ontwikkelen een feilloze neus voor wie goed en fout is.
Als a-politieke genieters worden wij zo fout als wat verklaard en hoeven niet meer op hun onaangekondigde bezoekjes te rekenen of op het terugbezorgen van de geleende boeken en de Woodstock dubbelelpee.






Geef een reactie