
Foto IdB
Mijn eerste tattoo gaf ik mezelf cadeau voor mijn vijftigste verjaardag. Mijn, toenmalige echtgenoot, tevens a.s. ex, was nooit erg vrijgevig wat betreft cadeautjes, dus wie zichzelf niet kietelt…
Daarnaast valt mijn verjaardag regelmatig op of rond Moederdag. Je zou denken ’twee vliegen in één klap’. Hij dacht daar anders over. We doen niet aan Moederdag, dus daar kom ik weer mooi van af.
Waarom dan een tattoo. Ik heb het mezelf lang afgevraagd. Wat als je straks 70 bent. Dan ziet zo’n ding er toch niet meer uit? Misschien niet maar so what? Ik wilde iets dat van mezelf was en ik mijn hele leven bij me zou dragen. Een klavertje vier met de voorletters van mijn vier jongens erin getatoeëerd.
En dan begint de ellende. Het stopt niet bij één. Ik was gewaarschuwd. Maar eigenwijs als ik ben, dacht ik ‘heus niet’. Eentje en dan niet meer. Tot mijn vader overleed. Ik wilde zijn naam, in het Tibetaans, met zijn as, in mijn onderarm.
Zo gezegd, zo gedaan. Nadat zijn as ruim een jaar ‘kwijt’ was, ben ik met een klein doosje naar de tattoo shop gereden. Wat daar gebeurde was te bizar voor woorden. Op het moment dat ik het doosje aan de tatoeëerder overhandigde, leek het spontaan te ontploffen. As all over the place. We hebben het bij elkaar geveegd, daar lag ik op de grond tussen de as van mijn vader. Ik heb er maar een hartje van gemaakt.
De as van mijn vader is voor eeuwig in mijn arm gebrand.
Of ik ooit nog een tattoo zal nemen? Geen idee. Een tattoo is voor mij een persoonlijke boodschap. Nooit zal ik mijn lijf onder laten zetten met plaatjes waar ik de betekenis niet van ken.
En dat verzakken en uitlubberen, dat gebeurt toch wel. Met of zonder tattoo.






Geef een reactie