We praten er veel over. Over “straks”. Over de angst voor wat komen gaat. En ook over de leegte die onherroepelijk de ruimte gaat vullen. Een huiskamer en een bovenkamer volgepropt met niets dan leegte.
“U bent geen kanarie!”
Nog diezelfde middag staat de huisarts op de stoep;
“Zo, wat hoor ik? Koortsig, diarree en geel? Dat is niet normaal hoor. U bent geen kanarie! Daar moet even naar gekeken worden.”
Kletspraat met Gerda (7) – Hoe lang hebben we nog?
Gert zegt keer op keer dat ik niet zo moet piekeren. Want we zijn nu eenmaal oud en we hebben het nog steeds goed. “En misschien ben jij wel eerder de pijp uit dan ik,” voegt hij er ook telkens frivool aan toe.


