Neem nu een gewone doordeweekse zondag. Ik heb soms geen idee wat ik daarmee aan moet. Zó ongelofelijk saai! Dat is waarschijnlijk nog iets van vroeger. In de jaren vijftig was zondag een hele vervelende dag. Ik kreeg mijn zondagse kleren aan, dan gingen we naar de kerk en na afloop mochten we niets.
De mooiste tijd van je leven!
We zijn het heel vaak niet met elkaar eens, mijn zoon en ik.
‘Dat hoort erbij’, zegt mijn moeder wanneer ik het haar vertel. ‘Jij was precies hetzelfde. Je vond school vreselijk’.

