Dagelijks is hij druk doende – in vermoedelijk comateuze toestand – met het volgen van het journaal. Want er schijnt wat bijzonders aan de hand te zijn, waar hij het fijne van wil weten. En daarmee is de Coronacomakous af.
Papraatje (6) – Pillen en een borreltje
“Maar het zijn toch jóúw pillen?” hou ik vol. “En jíj kan dan toch niet slapen?”
Maar dat zie ik helemaal verkeerd. Moet hij zich nu ook nog met zijn eigen medicijnen bezig gaan houden? Waar zijn die zusters dan voor? Sinds hij alleen is en te veel tijd heeft om te denken, is hij haastig en heftig hevige hoeveelheden Henkes en Hoppe gaan hevelen.
Papraatje (1) – Drie dooien
“Elke week gaat er hiero wel eentje de pijp uit.”
De rouwkaarten op het prikbord naast de lift houdt hij derhalve nauwlettend in de gaten.
“Ik had een goeie week!” klinkt het opgetogen.
“O ja? Waardoor dan?”
“Drie dooien!”


