“Ik ben geen belmens,” verklaart hij humeurig, “belle doe ik alléén as het echt nodig is; niet voor een lulpraatje.” Bij deze mededeling kijkt hij mij doordringend aan. “En ik heb nou eenmaal de pest aan lulpraatjes.”
Dood!
Dood, nee, dat staat niet in zijn programmaboekje, terwijl hij donders goed weet dat het onvermijdelijk is deze keer. Er is geen weg terug. Hij gaat ons verlaten. Binnenkort of misschien over een paar jaar. Hoe geduldig is de dood,die om een hoekje staat te loeren en hoe sterk is zijn wil om te overleven.

