Hij bromt wat buitensmonds.“Je moet anders gaan eten én meer drinken,” hou ik vol, “anders loopt de boel vast.” Ondertussen zet ik een groot glas water voor hem neer. “Ik ben daar gek; ik neem straks wel een slokkie slaolie!”
Koh… koh… koffie
‘Kopje koffie…hmmm, gezellig!’
De ogen van de kleine man beginnen te glimmen als hij op de arm van zijn papa de kamer binnenkomt.
Vroeger was alles beter?
Heel stiekem mis ik de gezelligheid en de kop dampende koffie, de stralen van de opgekomen zon en de dauw op het gras toch wel.


