Hij bromt wat buitensmonds.“Je moet anders gaan eten én meer drinken,” hou ik vol, “anders loopt de boel vast.” Ondertussen zet ik een groot glas water voor hem neer. “Ik ben daar gek; ik neem straks wel een slokkie slaolie!”
Dood!
Dood, nee, dat staat niet in zijn programmaboekje, terwijl hij donders goed weet dat het onvermijdelijk is deze keer. Er is geen weg terug. Hij gaat ons verlaten. Binnenkort of misschien over een paar jaar. Hoe geduldig is de dood,die om een hoekje staat te loeren en hoe sterk is zijn wil om te overleven.

