“Je had me niet hoeven ophalen hoor. Ik had best naar huis kunnen lopen,” zegt mijn vader na het onderzoek. Thuis wacht mijn moeder hem op. Ze omhelst hem stevig. “Schrik op schrik,” zegt ze met trillende stem, “en toch blijft een mens steeds weer gezond.”
“U bent geen kanarie!”
Nog diezelfde middag staat de huisarts op de stoep;
“Zo, wat hoor ik? Koortsig, diarree en geel? Dat is niet normaal hoor. U bent geen kanarie! Daar moet even naar gekeken worden.”
