
Bron: Pixabay.com
De kleine man is op bezoek. Behoedzaam op de arm van papa eerst even kijken, dan de kamer in drentelen. Op zijn laarzen, want al heeft ie hele hippe peutersneakers, het liefst klost hij rond op zijn regenlaarsjes. Hij heeft een nieuwe romper en een nieuwe broek.
Trots tilt hij zijn T-shirt omhoog en draait zich om zodat we zijn nieuwe outfit luidkeels kunnen bewonderen. Dan naar oma, die heeft de traditionele verrassing in haar mouw. Wat zit daar? Hij buigt zich diep voorover om bij haar arm te kijken. Een doosje…? ‘hozijntjes!’
De kleine man is net twee en snapt alles wat we zeggen, zodat we over risicovolle begrippen als pannenkoek en chocoladevla in het Engels moeten communiceren. Elke dag wordt zijn woordenschat verrijkt met nieuwe pareltjes. Zoals vandaag ‘hoogwerker’ en ‘grote vlinder’ die hij aanwijst in de boekjes die stuk voor stuk worden doorgenomen.
Met opa is de relatie kwetsbaar. Gek doen is uit den boze. Meerijden met de autootjes op het speelkleed; ‘Opa stoel!’ Als ik een boterham met hageltjes in kleine stukjes aan hem presenteer, gaat ie ermee aan het lage tafeltje in de kamer zitten.
Ik buig moeizaam door de stramme knieën om er gezellig bij te komen. Dan kijkt hij me aan met een blik van; ‘Jou ken ik, vader…’, pakt zijn bord, drukt het tegen zijn borst, waarna de helft op de vloer glijdt, en gaat aan het andere eind van de tafel zitten. ‘Nee opa!’
Maanden geleden speelde ik dat ik een rozijntje van hem wilde pikken. Hij is het nog niet vergeten. We krijgen hem nog wel…





Geef een reactie