Onverwacht gaat de voordeur open en komt er een tanige zuster, met opvallend gemene kuiten en op gezonde schoenen, binnen gerend teneinde hem zijn bloedverdunners toe te dienen. Dat plotselinge zint hem, geheel terecht, niet. “Ik ken hier wel in me blote kont zitte!” De zuster rent na gedane arbeid verschrikt weer weg. “Ik heb de pest an dat wijf. Altijd rennen!”
